Praten over God en zo

Het is alweer bijna een jaar geleden dat Jong Alphen een toerustingsavond organiseerde waarbij we Corjan Matsinger uitnodigden om met ons na te denken over het voeren van geloofsgesprekken met kinderen en jongeren. Hoe doe je dat? Waar moet het over gaan? Wanneer is het goed? Het leek ons goed om hier een even een opfris-blogje aan te wijden, waarin we enkele concepten en theorieën van Corjan opnieuw de revue laten passeren.

Een goed begin

De avond begon met een speeddate, maar dat is online wat lastig. Daarom the next best thing: het filmpje waarmee Corjan zijn verhaal aftrapte. We kregen de vraag mee wat we zien in dit filmpje en wat dat zegt over (geloofs)opvoeding en/of gesprekken.

Narthex

Hieronder vind je een paar korte fragmenten uit het boek Heilig Vuur, die je
een indruk geven van het principe en de achtergrond van het ‘narthicale leren’.
Narthex is de Latijnse naam voor het voorportaal van de kerk, de ruimte tussen
‘de wereld’ en de binnenruimte van het kerkgebouw. De narthex verbeeldt de
overgang van de wereld naar het heilige, het is de verbindende schakel tussen
profaan en sacraal. Het is een tussenstation.

Waarom die narthex?

Wie de narthex binnenstapt staat nog in contact met de buitenwereld, het plein of de straat. Toch is het oog al gericht op de symbolen die vertellen over die andere wereld die men op het punt staat binnen te stappen. De narthex is een overgangsruimte tussen buiten en binnen. Wat heeft die oude narthex ons te zeggen over een nieuwe generatie en hun zoektocht naar zingeving en geloof? Je kunt stellen dat veel jongeren vandaag de dag zich in de ‘narthex’ bevinden. Hoeveel jongeren leven buiten de muren van de kerk of de geloofsgemeenschap, maar zijn wel geïnteresseerd in spiritualiteit?

Verkeerde vragen

Maar de narthex kan mijn inziens ook een belangrijk gegeven blootleggen. Want hoeveel jongeren die behoren tot de inboedel van de kerk zitten ‘geestelijk’ gezien niet al op de achterste kerkbank van de kerk? Of nog verder naar buiten, in de narthex? Er zijn talloze jongeren voor wie de koorklanken en de rituelen van vroeger tijden daar binnen in de kerk niets meer zeggen. Een jongen verzuchte eens tegen mij: “In de kerk? In de kerk daar krijg je de antwoorden op vragen die je niet hebt.”

God toont zich op straat en in de kerk

Je kunt de narthex ook als een metafoor zien voor goede religieuze leerprocessen. In deze metafoor draait het erom dat je de ‘straat’ en de ‘kerk’ bij elkaar brengt in de ontmoetingsruimte van de narthex. Je gaat op zoek naar de wijsheid en de vragen die er liggen in de (jongeren)cultuur en brengt deze in connectie met de inzichten en de waarheid die er in het evangelie te vinden is. Een goede jeugdleider of een wijze ouder die zoekt naar de verbinding tussen het geloof en het leven van elke dag. God toont zich op de straat en in de kerk. De narthex daagt ons uit om een ontmoeting tussen deze realiteiten te organiseren. Op deze manier voelen jongeren zich thuis, maar ze worden ook uitgedaagd en geconfronteerd door de waarheden en inzichten uit de Bijbel.

De ontwikkeling van verbeelding

Tijdens de toerustingsavond hebben we het ook gehad over de stadia van de ontwikkeling van verbeelding bij kinderen en jongeren. Corjan Matsinger liet daarbij zien dat deze stadia elkaar niet perse opvolgen, maar groeien in aantal en kwaliteit. Hieronder geven we een beknopt overzicht:

1. Somatische fase (0-2 jaar)
De wereld komt voornamelijk binnen via lichamelijke ervaringen.

2. Mythische fase (2-7 jaar)
Ze begrijpen de wereld door middel van verhalen, metaforen en scherpe tegenstellingen (goed/kwaad, dik/dun). Fantasie en werkelijkheid lopen in elkaar over.

3. Romantische fase (7-14 jaar)
Ze willen feiten onderscheiden van fictie. Ze houden van verhalen met een duidelijk plot en er ontstaan fascinaties voor bepaalde thema’s (ridders, paarden, dinosaurussen). Ze gaan emoties van zichzelf en anderen beter begrijpen.

4. Filosofische fase (14-21 jaar)
De wereld wordt in een allesomvattend kader gevat. De jongere zoekt  naar betekenis en verbindende schema’s en wil de wereld begrijpen.

5. Ironische fase (21 en verder)
De volwassene is in staat om verschillende betekeniskaders van elkaar te onderscheiden en beseft dat er geen alles verklarend schema is.

Meervoudige intelligentie

Bij de toerusting kwam ook het onderwerp van meervoudige intelligentie naar voren. Zo heb je denkers en doeners, maar kinderen en jongeren hebben heel verschillende vormen van intelligentie. Het ene kind leert door het denken in beelden, de ander door muziek en weer een ander via de levenslessen van de natuur. Welke leerwegen komen in jullie jeugdwerk aan bod?

 

The question is the answer!

Daarnaast is een belangrijk instrument in deze manier van gespreksvoering het stellen van de juiste vragen. Een rabbijn stelde ooit:

‘Een vraag die beantwoordt kan worden met een wedervraag, heeft voorrang op een antwoord.’

Opdracht: Oefen de komende periode eens met het stellen van open vragen.

De vriendschaps-icoon

Corjan ontdekte deze Koptische icoon uit de 7e eeuw na Christus in 2008. Het is een populaire icoon onder Taizé-bezoekers. Ik keer met enige regelmaat terug naar deze icoon voor inspiratie en meditatie. Christus slaat hier zijn arm om Menas, maar laat wel een passende ruimte open tussen hen. Ze kijken samen open de toekomst in. Het beeld treft mij, Jezus lijkt Menas namelijk wel wat naar de voorgrond te schuiven, de vriend wordt bemoedigd om zijn plaats in de ‘missio Dei’ in te nemen. Jezus draagt gelukkig het complete Woord van God, Menas mag zorg dragen voor de boekrol met de woorden die hem zijn gegeven. Hij is niet verantwoordelijk voor alles. Hij mag participeren in dat wat hem is toevertrouwd, niet meer… en niet minder!

Opdracht: Neem eens rustig de tijd om te mediteren via deze icoon. Dank God voor zijn vriendschap richting jou. Welke opdracht of woorden zijn jou toevertrouwd?